Gebouwd als Gereformeerde Kerk, is deze karakteristieke Kuiperskerk opgericht zonder toren. De kerk heeft echter door de jaren heen verschillende denominaties gekend. In 1912 werd het gebouw gebruikt als Gereformeerde Kerk, gevolgd door de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt in 1945 en de Nederlands Gereformeerde Kerk in 1969.
In maart 2002 werd gestart met een uitbreiding van het gebouw naar een ontwerp van architect Harpertz uit Enschede (48-02). Op vrijdag 3 april 2009 werd het orgel in de kerk in gebruik genomen na een omvangrijke verbouwing en uitbreiding. Het eerste orgel in de kerk, gebouwd door Jan Proper, dateert uit 1912 en werd vervangen door een Pels-orgel op 25 februari 1959. Dit Pels-orgel werd in 2008-2009 omgebouwd door de firma Nijsse & Zoon uit Oud-Sabbinge.
De Nieuwe Kerk van Kampen aan de Broederweg 34 was de derde Gereformeerde Kerk in Kampen (62-09).
Deze Gereformeerde Kerk, ontworpen door Tjeerd Kuipers, werd gebouwd in 1911-1912 in de Berlagiaanse-stijl. Kuipers was een zeer productieve kerkontwerper, vooral voor gereformeerde kerken in de periode van 1850-1940. De invloed van H.P. Berlage is duidelijk zichtbaar in de vlakke muurbehandeling, de rondboogvensters en de natuurstenen elementen. De kerk is gelegen op de hoek van twee straten aan de rand van het oude centrum.
Foto: Job van Dijk
OMSCHRIJVING
Het kerkgebouw is opgetrokken in schoon metselwerk en heeft de vorm van een Grieks kruis, dat onder grijze muldenpannen gedekte zadeldaken rust. De voorgevel (O) heeft een middenrisaliet dat de suggestie wekt van een driebeukige kerk. Het risaliet is voorzien van hoeklisenen met natuurstenen afdekplaten en heeft een waterlijst. De centraal geplaatste entree bevindt zich onder een rondboog met archivolten. De houten deuren zijn voorzien van ijzerbeslag en staan onder een natuurstenen kalf, met daarboven een verticaal geleed, rondboogvormig bovenlicht. Boven de entree bevinden zich drie hoge rondboogvormige vensters met glas-in-lood. In de top van de voorgevel bevindt zich een klein rondboogvormig venster. De zijgevels van het risaliet bevatten deuren onder segmentbogen met zandstenen aanzetstenen. In de terugliggende delen van de voorgevel staan kleine rondboogvormige vensters.
Zijgevel (Z) bestaat uit een risalerend geveldeel aan de linkerkant, wat de eindgevel van een transeptarm is, en een terugliggend geveldeel aan de rechterkant met een vierzijdige kapel. Zowel in het terugliggende geveldeel als in de kapel zijn er meerdere rondboogvensters te vinden. In het risaliet bevindt zich een entree onder een rondboog, daarboven is een zeer groot rondboogvormig venster met glas-in-lood geplaatst. Ook de noordelijke transeptarm bevat een dergelijk rondboogvormig venster.
De achtergevel heeft diverse kleine rondboogvormige vensters. Het interieur is vrij sober en heeft balkons, steunend op natuurstenen zuilen met corintische kapitelen en galerijen. Het beschoten plafond heeft plafondbalken die steunen op korbelen. De oorspronkelijke preekstoel bestaat uit een marmeren voet met houten opbouw.
WAARDERING
Deze kerk heeft een algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang vanwege verschillende redenen.
Ten eerste dient het als een uitdrukking van het gereformeerde leven in Kampen.
Ten tweede is het een kenmerkend voorbeeld van een gereformeerde kerk uit het oeuvre van Tj. Kuipers.
Ten derde is het opmerkelijk vanwege de Berlagiaanse bouwstijl.
Ten vierde heeft het een hoge mate van gaafheid van zowel het interieur als exterieur.
Het lijkt erop dat orgelmaker Jan Proper de huisleverancier was van de Gereformeerde Kerk in Kampen. Zijn voorganger en oom Zwier van Dijk leverde het orgel voor de Burgwalkerk, waarvan het onderhoud al vrij snel door Proper werd overgenomen. Rond 1900 bouwde hij ook het orgel van de Hagenpoortkerk en de kerkenraad vond het kennelijk logisch dat Proper ook verantwoordelijk zou zijn voor de bouw van een orgel in de Nieuwe Kerk. Er was echter één restrictie waar Jan Proper niet zo blij mee was: het kenmerkende orgelfront was een ontwerp van kerkarchitect Tjeerd Kuipers en vormde met het kerkinterieur één geheel. Er was dus een zekere verplichting om van dit front gebruik te maken. Het front was echter niet geschikt om er een mechanisch orgel in te bouwen, dus zag Proper zich genoodzaakt om achter het front een pneumatisch orgel te plaatsen. Het werd één van de eerste pneumatische orgels in ons land. Overigens is een vergelijkbaar orgelfront nog steeds te vinden in de Gereformeerde Kerk in Wildervank, ook ontworpen door Tjeerd Kuipers en vrijwel identiek aan de Nieuwe Kerk.
Op 29 maart 1912 werd het orgel ingewijd door o.a. organist Ph. Zalsman
Hoofdwerk:
Bovenwerk:
Pedaal:
Violon 16′
Salicionaal 8′
Subbas 16′
Prestant 8′
Gedekt 8′
Violoncel 8′
Roerfluit 8′
Viool 8′
Gemshoorn 8′
Voix Celeste 8′
Nevenregisters:
Octaaf 4′
Fluit 4′
Manuaalkoppeling
Fluit 4′
Clarinet 8′
Pedaalkoppel Hoofdwerk
Octaaf 2′
Tremulant
Pedaalkoppel Bovenwerk
Cornet (disc.) IV’
Sub-octaaf-koppel I-II
Trompet 8′
Trede voor zwelkast
Super-octaaf-koppel I
Drukknoppen pp, p, f, ff
Het orgel kreeg pneumatische kegelladen en een dubbele jaloeziekast (zwelkast).
Omdat men meteen al vond dat het orgel te weinig “bas” had, werd besloten het instrument uit te breiden met een Bourdon 16′ op het Bovenwerk. Hiervoor moest ruim 100 gulden betaald worden. Meer wijzigingen volgden gestaag, ook omdat beide organisten Ph. Zalsman en Th. W. van Dijk steeds aandrongen op goed onderhouden verbeteringen aan het orgel, dat van meet af aan storingen vertoonde. Kennelijk speelde onervarenheid met het pneumatische systeem Proper toch parten. De volgende lijst illustreert het grote aantal ingrepen.
Fa. Koch uit Apeldoorn verving de Gemshoorn 8′ door een Quint 3′ op het Hoofdwerk en verwijderde de Clarinet van het Bovenwerk.
Fa. Dekker uit Goes verving de Voix Celeste op het Bovenwerk door een Terts 1 3/5′, waarbij bestaand pijpwerk van de Celeste werd gebruikt en aangevuld met pijpen van de Cornet van het Hoofdwerk. De Cornet werd hierdoor van f-2 tot f-3 slechts 2 sterk.
In 1937 verrichtte Fa. J.C. van ’t Veer, ook uit Goes, een restauratie en schoonmaakbeurt aan het orgel. Daarna werden er regelmatig noodreparaties uitgevoerd, die door organist Van Dijk zelf werden betaald.
Op den duur bleek het instrument te zeer aangetast te zijn door vocht, waardoor het niet meer te restaureren viel. Vanaf dat moment, net na de Vrijmaking van 1944, begon men uit te kijken naar een ander orgel. Advies werd reeds gevraagd bij de toenmalige Gereformeerde Organisten Vereniging in 1949 en 1950. Het heeft echter nog 10 jaar geduurd voordat het Pels-orgel in gebruik kon worden genomen.
De dispositie van het Proper-orgel zag er, kort voor de afbraak in 1958, als volgt uit: