Huidige Dispositie

Dispositie Pels/Nijsse-orgel, Nieuwe Kerk te Kampen:

Hoofdwerk (II):Rugwerk (I):Bovenwerk (III):Pedaal:
Prestant 16′ pPrestant 8′ pnBourdon 16′ kPrestant 16′ p
Prestant 8′ pkHolpijp 8′ kPrestant 8′ pSubbas 16′ p
Fluit Harmonique 8′ nQuintadena 8′ kBaarpijp 8′ nQuint 12′ n
Roerfluit 8′ kOctaaf 4′ pViola di Gamba 8′ pOctaaf 8′ n
Quint 6′ nFluit Douce 4′ kVoix Céleste 8′ pGedekt 8′ n
Octaaf 4′ kSpeelfluit 3′ pSalicet 4′ pRoerquint 6′ n
Gemshoorn 4′ kOctaaf 2′ kKoppelfluit 4′ kOctaaf 4′ p
Quint 3′ pWoudfluit 2′ pNasard 3′ kMixtuur V sterk’ pn
Superoctaaf 2′ pSesquialter II sterk’ pNachthoorn 2′ kBazuin 16′ k
Tertiaan 3 1/5′ nMixtuur III-IV sterk’ knTerts 1 3/5′ pTrombone 8′ p
Mixtuur III-V sterk’ knFagot 16′ pkQuintfluit 1 1/2′ pTrompet 4′ n
Scherp V sterk’ pnDulciaan 8′ pSifflet 1′ k
Cornet V sterk’ nCymbaal III sterk’ pkn
Trompet 16′ nBasson-Hobo 8′ p
Trompet 8′ kVox Humana 8′ n
p: Pels 1959
k: Kaat en Tijhuis 1980
n: Nijsse 2009
Werktuiglijke registers:Technische gegevens:
Koppeling Hoofdwerk-BovenwerkManuaalomvang: C-g
Koppeling Hoofdwerk-RugwerkPedaalomvang: C-f
Koppeling Rugwerk-HoofdwerkToonhoogte: 440 Hz bij 18 gr.C
Koppeling Pedaal-BovenwerkWinddruk Hoofdwerk: 76 mm
Koppeling Pedaal-HoofdwerkWinddruk Rugwerk: 75 mm
Koppeling Pedaal-RugwerkWinddruk Bovenwerk: 78 mm
Tremulant BovenwerkWinddruk Pedaal: 80 mm
Tremulant Hoofdwerk
Tremulant Rugwerk
Zweltrede Bovenwerk

Nieuwe Kerk, Kampen

Gebouwd als Gereformeerde Kerk, is deze karakteristieke Kuiperskerk opgericht zonder toren. De kerk heeft echter door de jaren heen verschillende denominaties gekend. In 1912 werd het gebouw gebruikt als Gereformeerde Kerk, gevolgd door de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt in 1945 en de Nederlands Gereformeerde Kerk in 1969.

In maart 2002 werd gestart met een uitbreiding van het gebouw naar een ontwerp van architect Harpertz uit Enschede (48-02). Op vrijdag 3 april 2009 werd het orgel in de kerk in gebruik genomen na een omvangrijke verbouwing en uitbreiding. Het eerste orgel in de kerk, gebouwd door Jan Proper, dateert uit 1912 en werd vervangen door een Pels-orgel op 25 februari 1959. Dit Pels-orgel werd in 2008-2009 omgebouwd door de firma Nijsse & Zoon uit Oud-Sabbinge.

De Nieuwe Kerk van Kampen aan de Broederweg 34 was de derde Gereformeerde Kerk in Kampen (62-09).

Deze Gereformeerde Kerk, ontworpen door Tjeerd Kuipers, werd gebouwd in 1911-1912 in de Berlagiaanse-stijl. Kuipers was een zeer productieve kerkontwerper, vooral voor gereformeerde kerken in de periode van 1850-1940. De invloed van H.P. Berlage is duidelijk zichtbaar in de vlakke muurbehandeling, de rondboogvensters en de natuurstenen elementen. De kerk is gelegen op de hoek van twee straten aan de rand van het oude centrum.

Foto: Job van Dijk

OMSCHRIJVING

Het kerkgebouw is opgetrokken in schoon metselwerk en heeft de vorm van een Grieks kruis, dat onder grijze muldenpannen gedekte zadeldaken rust. De voorgevel (O) heeft een middenrisaliet dat de suggestie wekt van een driebeukige kerk. Het risaliet is voorzien van hoeklisenen met natuurstenen afdekplaten en heeft een waterlijst. De centraal geplaatste entree bevindt zich onder een rondboog met archivolten. De houten deuren zijn voorzien van ijzerbeslag en staan onder een natuurstenen kalf, met daarboven een verticaal geleed, rondboogvormig bovenlicht. Boven de entree bevinden zich drie hoge rondboogvormige vensters met glas-in-lood. In de top van de voorgevel bevindt zich een klein rondboogvormig venster. De zijgevels van het risaliet bevatten deuren onder segmentbogen met zandstenen aanzetstenen. In de terugliggende delen van de voorgevel staan kleine rondboogvormige vensters.

Zijgevel (Z) bestaat uit een risalerend geveldeel aan de linkerkant, wat de eindgevel van een transeptarm is, en een terugliggend geveldeel aan de rechterkant met een vierzijdige kapel. Zowel in het terugliggende geveldeel als in de kapel zijn er meerdere rondboogvensters te vinden. In het risaliet bevindt zich een entree onder een rondboog, daarboven is een zeer groot rondboogvormig venster met glas-in-lood geplaatst. Ook de noordelijke transeptarm bevat een dergelijk rondboogvormig venster.

De achtergevel heeft diverse kleine rondboogvormige vensters. Het interieur is vrij sober en heeft balkons, steunend op natuurstenen zuilen met corintische kapitelen en galerijen. Het beschoten plafond heeft plafondbalken die steunen op korbelen. De oorspronkelijke preekstoel bestaat uit een marmeren voet met houten opbouw.

WAARDERING

Deze kerk heeft een algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang vanwege verschillende redenen.

  • Ten eerste dient het als een uitdrukking van het gereformeerde leven in Kampen.
  • Ten tweede is het een kenmerkend voorbeeld van een gereformeerde kerk uit het oeuvre van Tj. Kuipers.
  • Ten derde is het opmerkelijk vanwege de Berlagiaanse bouwstijl.
  • Ten vierde heeft het een hoge mate van gaafheid van zowel het interieur als exterieur.
  • Ten slotte heeft het een beeldbepalende functie.

Het Jan Proper-orgel

Het lijkt erop dat orgelmaker Jan Proper de huisleverancier was van de Gereformeerde Kerk in Kampen. Zijn voorganger en oom Zwier van Dijk leverde het orgel voor de Burgwalkerk, waarvan het onderhoud al vrij snel door Proper werd overgenomen. Rond 1900 bouwde hij ook het orgel van de Hagenpoortkerk en de kerkenraad vond het kennelijk logisch dat Proper ook verantwoordelijk zou zijn voor de bouw van een orgel in de Nieuwe Kerk. Er was echter één restrictie waar Jan Proper niet zo blij mee was: het kenmerkende orgelfront was een ontwerp van kerkarchitect Tjeerd Kuipers en vormde met het kerkinterieur één geheel. Er was dus een zekere verplichting om van dit front gebruik te maken. Het front was echter niet geschikt om er een mechanisch orgel in te bouwen, dus zag Proper zich genoodzaakt om achter het front een pneumatisch orgel te plaatsen. Het werd één van de eerste pneumatische orgels in ons land. Overigens is een vergelijkbaar orgelfront nog steeds te vinden in de Gereformeerde Kerk in Wildervank, ook ontworpen door Tjeerd Kuipers en vrijwel identiek aan de Nieuwe Kerk.

Op 29 maart 1912 werd het orgel ingewijd door o.a. organist Ph. Zalsman

Hoofdwerk:Bovenwerk:Pedaal:
Violon 16′Salicionaal 8′Subbas 16′
Prestant 8′Gedekt 8′Violoncel 8′
Roerfluit 8′Viool 8′
Gemshoorn 8′Voix Celeste 8′Nevenregisters:
Octaaf 4′Fluit 4′Manuaalkoppeling
Fluit 4′Clarinet 8′Pedaalkoppel Hoofdwerk
Octaaf 2′TremulantPedaalkoppel Bovenwerk
Cornet (disc.) IV’Sub-octaaf-koppel I-II
Trompet 8′Trede voor zwelkastSuper-octaaf-koppel I
Drukknoppen pp, p, f, ff

Het orgel kreeg pneumatische kegelladen en een dubbele jaloeziekast (zwelkast).

Omdat men meteen al vond dat het orgel te weinig “bas” had, werd besloten het instrument uit te breiden met een Bourdon 16′ op het Bovenwerk. Hiervoor moest ruim 100 gulden betaald worden. Meer wijzigingen volgden gestaag, ook omdat beide organisten Ph. Zalsman en Th. W. van Dijk steeds aandrongen op goed onderhouden verbeteringen aan het orgel, dat van meet af aan storingen vertoonde. Kennelijk speelde onervarenheid met het pneumatische systeem Proper toch parten. De volgende lijst illustreert het grote aantal ingrepen.

  • Fa. Koch uit Apeldoorn verving de Gemshoorn 8′ door een Quint 3′ op het Hoofdwerk en verwijderde de Clarinet van het Bovenwerk.
  • Fa. Dekker uit Goes verving de Voix Celeste op het Bovenwerk door een Terts 1 3/5′, waarbij bestaand pijpwerk van de Celeste werd gebruikt en aangevuld met pijpen van de Cornet van het Hoofdwerk. De Cornet werd hierdoor van f-2 tot f-3 slechts 2 sterk.
  • In 1937 verrichtte Fa. J.C. van ’t Veer, ook uit Goes, een restauratie en schoonmaakbeurt aan het orgel. Daarna werden er regelmatig noodreparaties uitgevoerd, die door organist Van Dijk zelf werden betaald.

Op den duur bleek het instrument te zeer aangetast te zijn door vocht, waardoor het niet meer te restaureren viel. Vanaf dat moment, net na de Vrijmaking van 1944, begon men uit te kijken naar een ander orgel. Advies werd reeds gevraagd bij de toenmalige Gereformeerde Organisten Vereniging in 1949 en 1950. Het heeft echter nog 10 jaar geduurd voordat het Pels-orgel in gebruik kon worden genomen.

De dispositie van het Proper-orgel zag er, kort voor de afbraak in 1958, als volgt uit:

Hoofdwerk:Bovenwerk:Pedaal:
Violon 16′Bourdon discant 16′Subbas 16′
Prestant 8′Quintadeen 8′Cello 8′
Roerfluit 8′Gedekt 8′
Octaaf 4′Gamba 8′Nevenregisters:
Roerfluit 4′Fluit 4′Manuaalkoppeling
Quint 3′Blokfluit 2′Pedaalkoppel Hoofdwerk
Octaaf 2′Terts 1 3/5′Pedaalkoppel Bovenwerk
Cornet (disc.) II-IV’TremulantSub-octaaf-koppel I-II
Trompet 8′Super-octaaf-koppel I
Trede voor zwelkastDrukknoppen pp, p, f, ff

Archief – gespeelde werken

Adriaan Cornelis Schuurman (1904–1998)

Bewerking van “Amen, Jezus Christus, amen”

Alain Louvier (geb. 1945)

Étude pour agresseurs no. 11

André Isoir (1935–2016)

Six Variations sur un psaume huguenot, op. 1

Antonio Carreira (ca. 1525–1597)

Canção

Arie K. Keijzer (1932–2023)

Partita “De nacht, de moeder van de rust”

Arvo Pärt (geb. 1935)

Annum per annum

  • K – Kyrie
  • G – Gloria
  • C – Credo
  • S – Sanctus
  • A – Agnus Dei

Bert Matter (1937-2026)

Fantaisie sur Psaume 90

Wie schön leuchtet der Morgenstern

César Franck (1822–1890)

Andantino en sol mineur, FWV 25

Cantabile en si bémol majeur, FWV 36

Troisième Choral en la mineur, FWV 40

Premier Choral en mi majeur, FWV 38

Prélude, Fugue et Variation, op. 18

Charles-Marie Widor (1844–1937)

Marche américaine, op. 31 no. 11 – transcr. Marcel Dupré

Symphonie II en ré majeur, op. 13 no. 2

  • Salve Regina
  • Adagio
  • Finale

Symphonie V en fa majeur, op. 42 no. 1

  • Adagio

Symphonie VI en sol mineur, op. 42 no. 2

  • Allegro

Charles Tournemire (1870–1939)

Choral-Improvisation sur le Victimæ paschali laudes (1931), reconstituée par Maurice Duruflé

Claude Balbastre (1724–1799)

Deux pièces de France

  • Canonnade
  • Marche des Marseillois et l’Air “Ça ira”

Cornelis J. Bute (1889–1979)

Suite in oude stijl

  • Air
  • Gavotte

Cornelis Pameijer (1870–1940)

Lied voor de Vox Humana

Dieterich Buxtehude (1637–1707)

Nun bitten wir den Heilgen Geist, BuxWV 208

Vater unser im Himmelreich, BuxWV 207

Edward Elgar (1857–1934)

March “Pomp and Circumstance” No. 1 in D major, op. 39 no. 1

  • “Land of Hope and Glory”

Eugène Gigout (1844–1925)

Grand chœur dialogué

Toccata, nr. 4 uit Dix Pièces pour orgue

Feike Asma (1912–1984)

  1. De Heer is God en niemand meer
  2. Fantasie over “De avondzang”
  3. Fantasie over “Dankt, dankt nu allen God”
  4. Liedbewerking “Komt als kind’ren van het Licht”
  5. Psalm 77 vers 7

Felix-Alexandre Guilmant (1837–1911)

Cinquième Sonate en ut mineur, op. 80

  • Allegro appassionato
  • Adagio
  • Scherzo
  • Recitativo
  • Choral et Fugue

Lamento

Marche funèbre et chant séraphique

Marche religieuse sur un thème de Händel, op. 15 no. 2

  • “Lift up your heads”

Première Sonate en ré mineur, op. 42

  • Introduction et Allegro
  • Pastorale
  • Final

Felix Mendelssohn Bartholdy (1809–1847)

Sonate III in A major, op. 65 no. 3

  • Con moto maestoso
  • Andante tranquillo

Sonate VI in D minor, op. 65 no. 6

  • Choral mit Variationen
  • “Vater unser im Himmelreich”

François Brulin

Choral, Variations and Toccata on “Op bergen en in dalen, overal is God”

Franz Liszt (1811–1886)

Fantasie und Fuge über den Choral “Ad nos, ad salutarem undam”

Präludium und Fuge über den Namen B-A-C-H

Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen

Einleitung und Fuge aus der Kantate „Ich hatte viel Bekümmernis“, BWV 21, S. 660/1

Frédéric Chopin (1810–1849) 

Prélude in e minor, op. 28 no. 4

Prélude in E major, op. 28 no. 9

Gabriel Pierné (1863–1937)

Prélude, op. 29 no. 1

Gaston Litaize (1909–1991)

Arches – Fantaisie pour orgue

Georg Böhm (1661–1733)

Vater unser im Himmelreich

Georg Friedrich Händel (1685–1759)

Allegro uit Organ Concerto No. 13 in F major, HWV 295

  • “The Cuckoo and the Nightingale”

Andante larghetto e staccato uit Organ Concerto No. 11 in G minor, op. 7 no. 5, HWV 310

Arrival of the Queen of Sheba uit Solomon, HWV 67

Water Music – Suite

  • Ouverture
  • Air
  • Bourrée
  • Hornpipe
  • Allegro

Gordon Young (1919–1998)

Prelude in Classic Style

Hans Boelee (1927–2002)

Variaties op het thema uit de 3e Suite van G. F. Händel

Harm Hoeve (geb. 1964)

Fantasie over Psalm 72 – “Geef, Heer, de koning uwe rechten”

Fantasie “Twee zeehelden”

  • “Heb je wel gehoord van de zilveren vloot”
  • “In een blauw geruite kiel”

Harry Hamer (geb. 1956)

Fantasie-Ostinato over Psalm 72:2 en 10

  • “De bergen zullen vrede dragen”
  • “Dan zal na zoveel gunstbewijzen”

Hendrik Andriessen (1892–1981)

Deuxième Choral

Premier Choral

Toccata (1917)

Jacob Bijster (1902–1958)

Twee koraalbewerkingen, op. 30

Prélude et Fughetta “Vaste rots van mijn behoud”

Jacques van Oortmerssen (1950–2015)

Rondeau reconstructie

Jan Bonefaas (1926–2004)

Suite Valerius-Gedenck-Clanck

Prière “Heere, keerde van ons af”

Jan Hage (geb. 1964)

4 raps

  • Aarde
  • Water
  • Lucht
  • Vuur

Jan Nieland (1903–1963)

Prélude, Choral et Variations

Jan Pieterszoon Sweelinck (1562–1621)

Mein junges Leben hat ein End, SwWV 324

Jan Welmers (1937–2022)

Litanie

Jan Zwart (1877–1937)

Fantasie en Fuga over Psalm 72:11

  • “Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen”

Orgelsonate in g minor (1899)

  • Moderato e maestoso

Twee koraalbewerkingen

  • Aria “Gelukkig is het land dat God, de Heer, regeert”
  • Fantasie alla marcia over “Het Wilhelmus” met de bede uit Psalm 134 “Dat ’s Heeren zegen op u daal”

Jean Langlais (1907–1991)

Suite Brève, op. 54

  • Cantilène

Neuf Pièces, op. 40

  • Chant héroïque
  • Chant de paix

Jean Philippe Rameau (1683–1764)

Gavotte et six doubles

arr. Willeke Smits

Jeanne Demessieux (1921–1968)

Extrait de Sept Méditations sur le Saint-Esprit

  • Consolateur

Te Deum, op. 11

Jehan Alain (1911–1940)

Aria, JA 138

Johann Christoph Kellner (1736–1803)

Praeludium in C major

Johann Ludwig Krebs (1713–1780)

Toccata in A minor, Krebs-WV 411

Johann Sebastian Bach (1685–1750)

Aria op de G-snaar – uit BWV 1068

Choralvorspiel “Ich ruf’ zu dir, Herr Jesu Christ”, BWV 639

Choralvorspiel “O Mensch, bewein dein’ Sünde groß”, BWV 622

Concerto in C major, BWV 595

Concerto in G major, BWV 592

  • Allegro
  • Grave
  • Presto
    naar een concerto van Johann Ernst, Prins van Saksen-Weimar

Concerto in A minor, BWV 593

  • I. Allegro

Fantasie und Fuge in G minor, BWV 542

Largo uit Sonata V in C major, BWV 529

Passacaglia und Fuge in C minor, BWV 582

Praeludium und Fuge in A minor, BWV 543

Praeludium und Fuge in C major, BWV 531

Praeludium und Fuge in C major, BWV 545

Praeludium und Fuge in G major, BWV 541

Schafe können sicher weiden, BWV 208 – arr. André Isoir

Sinfonia uit Cantate BWV 29, “Wir danken dir, Gott, wir danken dir” – transcr. Alexandre Guilmant

Stirb in mir, Welt, und alle deine Liebe, BWV 169 – arr. André Isoir

Toccata und Fuge in D minor, BWV 565

Trio “Allein Gott in der Höh sei Ehr”, BWV 676a

Trio in G major, BWV 1027a

Wer nur den lieben Gott lässt walten, BWV 642

Wer nur den lieben Gott lässt walten, BWV 690 & 691

Johannes Gijsbertus Bastiaans (1812–1875)

Fantasiesonate in Bes groot “Wien Neerlands bloed”

  • Allegro moderato

Johannes Brahms (1833–1897)

Herzlich tut mich verlangen, op. 122 no. 10

Julius Reubke (1834–1858)

Sonate über den 94. Psalm in C minor

Klaas Jan Mulder (1930–2008)

  1. Alla Marcia “Voorwaarts, Christenstrijders”
  2. Fantasie over Psalm 48
  3. Fantasie over Psalm 72
  4. Fantasie over Psalm 75:1
  5. Fantasie over Psalm 42
  6. Fantasie “Grote God, wij loven U”
  7. Fantasie-Toccata over “Wat God doet, dat is welgedaan”
  8. Fantasie over “Door de nacht van smart en zorgen / Eens komt dan het groot ontwaken” transcr. Jaco Mateman en François Brulin
  9. Fuga en koraal over Psalm 124
  10. Koraalspel “Leer mij Uw weg, o Heer”
  11. Liedbewerking “O grote Christus, eeuwig Licht”
  12. Meditatie “Dear Lord and Father of Mankind”
  13. Meditatie over “Blijf bij mij, Heer”
  14. Meditatie over “Hoor gij die stemme”
  15. Psalm 90
  16. Toccata over Psalm 66 “Komt, luistert toe, gij godgezinden”
  17. Trio en koraal over Psalm 134
  18. Voorspel en koraal over Psalm 90 
  19. Feestvoorspel over Psalm 65 “De lofzang klimt uit Sions zalen”
  20. Fantasie over “Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere”

Leningrad Manuscript (ca. 1650)

Wilhelmus van Nassouwe

Léon Boëllmann (1862–1897)

Suite gothique, op. 25

  • Introduction et Menuet gothique
  • Prière à Notre-Dame
  • Toccata

Louis James Alfred Lefébure-Wély (1817–1869)

Chœur des voix humaines

Louis Vierne (1870–1937)

Carillon, op. 31 no. 21

24 Pièces en style libre, op. 31

  • Berceuse, no. 19

Carillon de Westminster, uit Pièces de fantaisie, op. 54 no. 6

Troisième Symphonie en fa♯ mineur, op. 28

  • Allegro maestoso
  • Cantilène
  • Intermezzo
  • Adagio
  • Final

Marcel Dupré (1886–1971)

Deux Esquisses, op. 41

Final, nr. VII uit Sept Pièces, op. 27

79 Chorales, op. 28

  • Herr Jesu Christ, dich zu uns wend
  • Komm, Heiliger Geist, Herre Gott
  • Komm, Gott, Schöpfer, Heiliger Geist

Symphonie-Passion, op. 23 

  • Résurrection

Marco den Toom (geb. 1978)

Fantaisie over Psalm 118

Margaretha Christina de Jong (geb. 1961)

The Circle of Life – Variations for Organ Duet

  • Birth
  • Childhood
  • Great Expectations
  • Contemplations
  • Discoveries
  • Blood, Sweat, Tears
  • Paradise

Maurice Duruflé (1902–1986)

Choral varié sur le thème du “Veni Creator Spiritus”, op. 4

Méditation

Suite, op. 5

  • Prélude
  • Sicilienne
  • Toccata

Maurice Ravel (1875–1937)

Le Tombeau de Couperin

  • Prélude
  • Forlane
  • Toccata

Max Reger (1873–1916)

Fantasie über den Choral “Halleluja! Gott zu loben, bleibe meine Seelenfreud”, op. 52 no. 3

Introduction, Passacaglia und Fuge in e minor, op. 127

Melodia, op. 129 no. 9

Toccata und Fuge in D minor, op. 59 nos. 5–6

Introduktion und Passacaglia in d-Moll, WoO IV/6

Minne Veldman (geb. 1980)

Fantasie-Toccata over Psalm 75:1

  • “U alleen, U loven wij”

Koraal met variaties over Psalm 87

  • “Zijn grondslag, Zijn onwrikb’re vastigheden”

Olivier Messiaen (1908–1992)

Dieu parmi nous, uit La Nativité du Seigneur (1935)

uit Méditations sur le mystère de la Sainte Trinité

  • VIII. Dieu est simple

Piet van Egmond (1912–1982)

Improvisatie-variaties over het oude Wilhelmus

Pieter Heykoop (geb. 1960)

Psalm 45

Pieter van Anrooy (1879–1954)

Hollandse Rhapsodie (“Piet Hein”)

Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840–1893)

Nussknacker-Suite, op. 71a – arr. Alexander Därr

  • Danse de la Fée-Dragée
  • Marche

Robert Schumann (1810–1856)

Studie No. 2 in A minor “Mit innigem Ausdruck”, uit 6 Studien in kanonischer Form, op. 56

Rogier van Otterloo (1941–1988)

Introspection

Ronald de Jong (geb. 1956)

Dance rythmique

Toccata

Samuel de Lange sr. (1811–1884)

Fantasie-Sonate Nr. 3 über den Choral “Ja, Jezus heerscht! Het ongeloof verstomm’”

  • Allegro moderato
  • Andante religioso
  • Allegro recitativo et Finale

Sergei Rachmaninoff (1873–1943)

Prélude in C♯ minor, op. 3 no. 2 – transcr. Louis Vierne

Prélude in G minor, op. 23 no. 5

Vocalise, op. 34 no. 14

Sigfrid Karg-Elert (1877–1933)

Fuga con corale “Jesu, meine Freude”, uit Symphonischer Choral, op. 87 no. 2

Improvisation über den englischen Choral “Näher, mein Gott, zu Dir”

Theodore Dubois (1837–1924)

Fiat Lux

In paradisum

Willem Harold Boog (geb. 1964)

Fantasie over Psalm 138 – “Hommage aan Feike Asma”

  • Andante con brio over vers 4
  • Canonisch koraal in de terts
  • Allegretto
  • Allegro maestoso e finale con chorale over vers 1

Willem Hendrik Zwart (1925–1997)

Op bergen en in dalen

Willem Vogel (1920–2010)

Valeriussuite